|
|
Programma |
Basis 1
· Uitspraak
· Groeten
· Mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden
· Herkennen van personen en onderwerpen
· Nationaliteit, familie en plaats aanduidingen
· Zijn (werkwoorden ser en estar)
· Beroepen
· Vragen
· Bijvoegelijke voornaamwoorden
· Cijfers, prijzen, telefoonnummers
· Gebruik van "Hay"(er is)en het werkwoord "Tener"- (hebben)
· Dagen en maanden
· Bezittelijke voornaamwoorden
· Werkwoorden eindigen op "ar" (toekomstige tijd, toekomende tijd en verleden tijd
· Alledaagse woorden en uitdrukkingen
|
|
|
Basis 2
· Gebruik van "estar" en "ser" in de toekomstige tijd en verleden tijd
· Gebruik van werkwoorden in de diverse tijden
· Werkwoorden eindigend op "er" en "ir" (toekomstige tijd, toekomende tijd en verleden tijd)
· Gebruik van het werkwoord "gaan" + een ander werkwoord
· Preferenties en wensen
· Gebiedende wijs
· Cijfers
· De drie werkwoorden voor het gebruik van het werkwoord "moeten"
· Plaats en tijdsaanduidingen in een zinsopbouw
|
Basis 3
· Wederkerige werkwoorden en uitspraak
· Diverse sporten
· Gebruik van de werkwoorden in de diverse tijden
· Onregelmatige werkwoorden
· Handelstaal
|
|
|